*** Computerwetenschappen - K.U.Leuven ***

Status: publiek -- Laatste wijziging: 15 maart 2010

Interview met de Campuskrant (mei 2008)

Interview van Katrien Steyaert met Jean Huens:
Gepubliceerde artikel
Academisch erfgoed in de kijker: Computermuseum

Computers uit een dicht verleden

In de gangen van het departement Computerwetenschappen, waar vooral software wordt ontwikkeld, is gek genoeg een museum met vooral hardware ontstaan.
Systeembeheerder en verwoede verzamelaar Jean Huens maakt ons wegwijs in de wereld van ferrietkernen, ponsbanden en harde schijven zo groot als wasmachines.

De basis voor de computer werd gelegd in de 17 de eeuw. Toen bedacht men immers al hulpmiddelen voor ingewikkelde berekeningen. Tijdens mijn studies ingenieur computerwetenschappen in de jaren 70 gebruikte men nog altijd een rekenliniaal. Die voorloper van de computer hielp om via logaritmische schalen te rekenen , weet Jean Huens, bezieler van het computermuseum in Leuven, waarin het liniaal een pronkstuk is. Heel grappig hoe sommige gebruikers misvormd raakten. Zelfs voor een eenvoudige berekening als 2,5 x 2 schoven ze ijverig met de lat.

Tijdens W.O. II gebruikten de Britten elektronische computers om de encryptie algoritmes van de Duitsers te ontcijferen. Sommige van de pioniers leven zelfs nog! Huens brengt dit stuk recente geschiedenis sinds in de jaren tachtig voorzichtig in kaart. Van nature werp ik niet graag dingen weg. Toen ik hier in 1985 systeembeheerder werd, zag ik mijn kans schoon om hardware te verzamelen in plaats van te laten verdwijnen. Die heeft zich in vrije hoeken van het gebouw genesteld. Ik heb geen opdracht om dit te doen en geen historische achtergrond. Ik bewaar gewoon alles dat een link heeft met dit departement. Eigenlijk doen we hier aan opleiding en onderzoek over software maar ik heb nog geen manier gevonden om die tentoon te stellen. Een rekje met cd's is weinig aantrekkelijk. Oude machines aan de praat houden is een andere optie, maar ik durf ze niet aan het ondertussen commerciële en potentieel onveilige internet te hangen. Ik bouwde er wel een virtueel museum, de fysieke verzameling is daar een verlengstuk van.

Bellzebub, Ub4b: Ub4b stond voor "Unix Backbone for Belgium", bellzebub was een werkstation dat erbij staat.
Ooit hebben studenten 's nachts uitgeprobeerd wat nog werkte, lacht Huens. Moeite voor niks, want de hardware die hij bijeen hamsterde, gaf de geest of werkt niet meer zelfstandig. Het zijn historische getuigen. Ik heb geen idee van hun waarde. Het is gewoon interessant om de evolutie te zien. Sinds de aankoop van onze eerste minicomputer, Varian V73, in 1975 is het erg snel gegaan. We spreken over de tijd dat computers, niet te verwarren met de huidige thuismodellen, die toen het formaat van een struise kleerkast hadden, het een prestatie was om met tien mensen tegelijk te werken op het besturingssysteem Unix, de voorloper van het huidige Linux, en harde schijven zo groot waren als wasmachines.
Als ze 28 MB geheugen hadden, vonden wij dat veel!

De eerste muizen waren niet meer dan een houten bakje met een draad. We knutselden ook een verbinding met de UCL in elkaar. Aan elke zijde van de telefoonlijn hing een microcomputer waartussen we gegevens uitwisselden. Als je geluk had, kwam er antwoord aan 30 tekens per seconde. Men dacht lang dat we op theoretische transmissiegrenzen zouden stoten maar er kwamen altijd oplossingen. Zo is de eerste elektronische KuleuvenNet verbinding al lang vervangen door een verbinding met veelvoudige optische signalen.

Een zeldzame foto toont prille studenten die teksten schrijven op een groen scherm van 24 x 80 tekens. Ik heb pas laat beseft dat ik ook de mensen in beeld moest brengen , grijnst Huens, terwijl hij ons verder loodst langs soort bij soort geordende floppy's, schattige beeldschermen en multiprocessoren. Bij de vroegste relikwiën zitten geheugenkaarten uit de jaren 1960. Vrouwen weefden drie draden door een magnetische ferriet kern. Zelfs zonder spanning konden die geheugens informatie bewaren. Vandaag is het didactisch materiaal, net als een glasvezelkabel. De studenten weten dat ze onder de grond zitten maar hebben ze vaak nog nooit van dichtbij gezien, laat staan vastgehouden.

De Teletype oogt minder vertrouwd. Via die mechanische typmachine kon je teksten klaarmaken en voederen aan de computer. De informatie werd opgeslagen op ponsbanden, papieren banden met gaatjes die karakters voorstelden. Hoewel het ding een hels lawaai maakte, denkt Huens er met milde nostalgie aan terug. Het enthousiasme in die vroege jaren was groot! We kregen Unix-software op magneet banden uit de States, verdacht materiaal voor de douane, en droegen die later samen met studenten geduldig over op eigentijdsere hardware. Deze Ub4bmachine was dan weer het knooppunt van het commerciële internetnetwerk in België, waarvan dit departement mee aan de wieg stond. Ik herinner me ook hoe vier proffen in de jaren 1980 enthousiast een treintje tekenden op de eerste grafische schermen van Apple. Of hoe we rond 1985 een mail kregen die getypt was in een alpenhut. Een hele prestatie als je weet dat de man daarvoor zijn draagbare computer van 18 kg naar boven had gesleurd! Gebruikers van vandaag kunnen het zich niet meer voorstellen


K.U.Leuven - Computerwetenschappen
Copyright ©2010, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Computerwetenschappen
Reacties naar: webmaster
URL van deze pagina: http://www.cs.kuleuven.be/museum/misc/campuskrantartikel/index.html
Click here to print this page: Click here to print this page